logo

Regelgeving

Wij leveren, installeren en onderhouden volgens de richtlijnen van de NEN 2535, NEN 2575 en de Regeling brandmeldinstallaties 2002 welke wordt beheerd door het CCV.

Certificatieschema
BrandweerHet certificatieschema brandmeldinstallaties 2002 heeft betrekking op de kwaliteit van autonome brandmeldinstallaties, al dan niet voor de aansturing van blusinstallaties of andere brandpreventiemaatregelen. Denk hierbij aan slow-whoop sirenes en andere alarmgevers.
Een brandmeldinstallatie is een samenstel van aan elkaar aangepaste apparatuur, leidingen en toebehoren van leidingen, die nodig zijn voor het ontdekken en melden van brand, en het geven van stuursignalen ten behoeve van andere installaties (liften, ventilatie e.d.).
In het certificatieschema Brandmeldinstallaties zijn criteria opgenomen voor bedrijven die brandmeldinstallaties aanleggen.

Het certificatieschema bevat:

- Basiscriteria voor de bedrijfsvoering en bedrijfsprocessen
- Specifieke criteria opstellen Programma van Eisen
- Specifieke criteria Projecteren
- Specifieke criteria Leveren
- Specifieke criteria Installeren
- Specifieke criteria Beheren
- Specifieke criteria Onderhouden
- Specifieke criteria Certificeren
- Specifieke criteria Inspecteren

- Programma van Eisen
Wanneer er een brandmeldinstallatie wordt geëist, word er voor de installatiewerkzaamheden door de projecteringsdeskundige brandmeldinstallaties van V&R Techniek een programma van eisen (afgekort PvE) opgesteld. Dit document stellen wij met u en de eisende partij (lees gemeente, brandweer of verzekeraar) op. Indien alle partijen het Programma van Eisen accorderen ligt vooraf vast aan welke bewakingsomvang de brandmeldinstallatie of ontruimingsinstallatie dient te voldoen en word meer/minderwerk op voorhand voorkomen.
Voor het bepalen van de bewakingsomvang hanteren wij de bouwverordening en aanvullende wensen, zoals gebruik van het gebouw.

- Projecteren
De projecteringsdeskundige van V&R techniek is verantwoordelijk voor de projectie welke gebaseerd is op de uitgangspunten zoals deze zijn vastgelegd in het hierboven genoemde Programma van Eisen en voldoen aan de norm NEN 2535.

- Leveren
Ten behoeve van brandmeldinstallaties moeten kwalitatief goede producten worden toegepast die voorzien zijn van een productcertificaat zoals genoemd in NEN 2535. V&R techniek is hiervoor verantwoordelijk.

- Installeren
De brandmeldinstallatie moet worden aangelegd onder toezicht of verantwoordelijkheid van een installatiedeskundige. De brandmeldinstallatie moet zijn gebaseerd op de uitgangspunten zoals deze zijn vastgelegd in de projectie en het Programma van Eisen, welke moeten voldoen aan de bepalingen in NEN 2535. Bij oplevering wordt er een Rapport van Oplevering door V&R techniek opgesteld.

- Beheren
De NEN 2654-1 vertrouwt de taken en verantwoordelijkheden toe aan een zogenaamde beheerder brandmeldinstallatie, ook wel een Opgeleid Persoon (OP) genoemd. Deze persoon voert het dagelijkse beheer en periodieke controles uit, en is tevens de contactpersoon voor de instanties die met het functioneren van de brandmeldinstallatie te maken hebben.
Gebruikers van een brandmeldinstallatie die doormeldt aan de brandweer worden meestal verplicht tot het onderhouden van de brandmeldinstallatie volgens de NEN 2654-1. Dit houdt in dat er in een organisatie minstens één beheerder brandmeldinstallatie aanwezig moet zijn. V&R techniek verzorgd op locatie een instructie Opgeleid Persoon.

- Onderhouden
Bij onderhoud van de brandmeldinstallatie moet worden beoordeeld of de installatie nog steeds voldoet aan de eisen zoals deze zijn vastgesteld in de projectie en het Programma van Eisen. Bij een gecertificeerde brandmeldinstallatie dient er na het onderhoud een Rapport van Onderhoud door V&R techniek te wordt opgesteld.

- Certificeren
V&R techniek moet erop toezien dat aan alle hierboven genoemde criteria word voldaan; het Programma van Eisen, projecteren, leveren, installeren, onderhouden en beheer, alvorens wij het certificaat kunnen aanvragen.

- Inspecteren
Afhankelijk van het in het PvE vastgelegde inspectiefrequentie, zal de brandmeldinstallatie steekproefsgewijs worden geïnspecteerd. Deze inspectie zal door een onafhankelijke inspectieinstelling worden uitgevoed. Indien de brandmeldinstallatie vanuit het oogpunt van schadebeperking is aangelegd, of ingedeeld is in inspectiefrequentie hoog, dient deze inspectie jaarlijks plaats te vinden.

Wat doet een brandmeldinstallatie?
Detect 3400Een brand kan op verschillende manieren worden waargenomen. Door het verbreken van het glaasje van de handbrandmelder of door een optische- (rook), thermische- (plotselinge temperatuurstijging) of aspiratiemelders (melders voor speciale situaties waar verwacht wordt dat andere melders valse alarmen geven).
Een brandmeldinstallatie bestaat in de basis uit automatische melders, handbrandmelders, slow-whoop sirenes en nevenindicatoren om de brand zo snel mogelijk te lokaliseren. De brandmelders bewaken continu de ruimte en reageren automatisch bij het waarnemen van een brand. De handbrandmelders activeert u zelf indien u een (beginnende) brand ontdekt. De activering van een melder zorgt er via de brandmeldcentrale voor dat de slow-whoop sirenes in werking worden gezet.
Door het gehele pand klinkt daarna het slow-whoop sirene signaal. De regelgeving schrijft voor dat het slow-whoop sirenesignaal in elke verblijfsruimte van het pand een geluidsniveau haalt van minimaal 65 dB. Indien een brandmeldinstallatie een telefonische doormelding met de regionale alarmcentrale (RAC) heeft dient bij een brandalarm de flitser op de voorgevel te worden geactiveerd.

Waar worden de melders geplaatst?
Slow-whoop sireneDe slow-whoop sirenes moeten door het hele pand geïnstalleerd worden. In alle verblijfsruimtes moet immers minimaal 65dB aan geluid gehaald worden.
Handbrandmelders worden geplaatst bij de brandslanghaspels. Wanneer u een brand heeft dan probeert u deze eerst te blussen. Hiervoor loopt u naar de brandslang op dit moment drukt u gelijk de handmelder in zodat het pand direct wordt ontruimd. Ook dient er bij bijvoorbeeld een receptie, portiersloge of een kantoor waar een bezoeker zich aanmeld een handbrandmelder te worden geplaatst (meldpunt genoemd).

De plaats voor de automatische melders en het soort melder dat gebruikt moet worden is afhankelijk van vele factoren. Belangrijk hierin is de bewakingsomvang die wordt geëist.
Er zijn hierin vijf soorten bewaking:

- Niet-automatische bewaking
HandbrandmelderEen brandmeldinstallatie met niet-automatische bewaking wordt vaak een ontruimingsinstallatie genoemd. Niet-automatische bewaking wil zeggen dat er alleen handbrandmelders worden gebruikt. Indien iemand een brand ontdekt zal hij dit moeten melden door het “inslaan” van het glaasje van de handmelder. Op het moment dat er doodlopende vluchteinden in uw pand zijn zullen deze, en de omliggende ruimtes gedetecteerd moeten worden met automatische brandmelders. Wanneer er zich in uw pand waardevolle of brandgevaarlijke apparatuur bevindt dan word de ruimte waarin deze apparatuur is geplaatst voorzien van een automatische brandmelder.

- Object bewaking
Objectbewaking is bewaking van een bepaald object in een ruimte met automatische brandmelders. (bijvoorbeeld in schakelkasten, machines)

- Ruimte bewaking
Ruimtebewaking word toegepast indien het object beschikt over risicovolle ruimtes (serverruimte, keuken, spuitcabine, archief, vuurwerkopslag etc.) Deze ruimtes worden voorzien van automatische brandmelders. Ruimtebewaking is altijd in combinatie met niet-automatische bewaking.

- Gedeeltelijke bewaking
RookmelderBij gedeeltelijke bewaking worden alle risicovolle en de verkeersruimtes voorzien van automatische brandmelders. Onder verkeersruimtes wordt verstaan; de gang(en), hal en de ruimte(s) die u passeert op weg naar de uitgang. Gedeeltelijke bewaking is altijd in combinatie met niet-automatische bewaking.

- Volledige bewaking
Een brandmeldinstallatie met volledige bewaking is de zwaarste vorm van bewaking. Iedere ruimte groter dan 2m2 moet voorzien worden van een automatische brandmelder, uitgezonderd de “natte” ruimtes (toiletten, douche etc.). Dit geldt ook voor iedere ruimte welke toegankelijk zijn voor personen waar bijna nooit iemand komt (denk aan een kelder of zolder). Ook bij een brandmeldinstallatie met een volledige bewaking moeten handbrandmelders toegepast worden.

Indien u wenst kunt u een afspraak maken met een van onze adviseurs voor een advies op maat.

terug naar boven